Hermès en de logica van traag werken

Hermès begon in 1837 als zadelmakerij in Parijs. Toen de auto het paard verving, bleef de techniek en veranderde het product. Die herkomst verklaart bijna alles aan het huis: de vormen, de sluitingen, en vooral de manier van stikken.
De zadelsteek
Waar de meeste tassen met een machine worden gestikt, gebruikt Hermès de point sellier: twee naalden aan één draad, die elkaar door hetzelfde gat kruisen. Het gevolg is dat een gebroken steek zich niet doorzet — de naad blijft zitten. Een machinenaad is één doorlopende draad; knapt die, dan trekt hij verder los. Handwerk is hier dus geen esthetische keuze maar een constructieve.
Eén vakman werkt aan één tas, meestal tussen de vijftien en veertig uur afhankelijk van het model. De initialen van die maker en het jaar van productie staan gestempeld in het leer.
Leer beoordelen
Hermès werkt met tientallen leersoorten, elk met eigen gedrag. Togo is korrelig en krast weinig, Box calf is glad en glanzend maar toont elke beschadiging, Epsom is geperst en houdt zijn vorm het best. Wie kijkt naar kwaliteit, let op drie dingen: de gelijkmatigheid van de korrel, de afwerking van de snijkant (meerdere lagen verf, glad afgewerkt, geen bobbels) en de manier waarop het leer om een hoek valt zonder te plooien.
Wat je ervan kunt meenemen
Je hoeft geen Hermès te kopen om iets aan die maatstaven te hebben. Bij elke leren tas of jas geldt: kijk naar de randafwerking, tel de steken per centimeter (meer is fijner werk), en test of de sluiting met één hand soepel werkt. Goedkope constructie verraadt zich bijna altijd aan de randen en de hoeken.
Verder lezen
De volledige Hermès-gids beschrijft de collecties en de geschiedenis. Voor leer in een andere prijsklasse: Arma en de leren jas.