Maison Margiela uitgelegd: de vier steken, het lege label en de codes

Martin Margiela begon in 1988 in Parijs met een idee dat toen tegendraads was: het merk mocht niet zichtbaar zijn. Kleding kreeg een blanco wit label, met vier witte steken aan de buitenkant vastgezet. Die steken zijn het enige herkenningsteken — en ze zijn met opzet zichtbaar, zodat wie het weet het ziet en wie het niet weet niets ziet.
Het nummerensysteem
Later verscheen op het label een reeks van 0 tot 23, waarbij het nummer van de betreffende lijn omcirkeld is. 0 staat voor het artisanale werk, 1 voor de vrouwencollectie, 10 voor mannen, 11 voor accessoires, 22 voor schoenen. Er is geen hiërarchie in de reeks; het is een register, geen ranglijst.
De ontwerpprincipes
Twee ideeën keren terug. Het eerste is déconstruction: naden aan de buitenkant, voeringen die zichtbaar blijven, patronen die de constructie tonen in plaats van verbergen. Het tweede is replica — bestaande kledingstukken uit archieven en tweedehandswinkels die exact worden nagemaakt, met een etiket dat vermeldt waar en wanneer het origineel gevonden is.
De Tabi-schoen, met een gespleten neus geïnspireerd op Japanse werkschoenen, is uit dezelfde logica geboren: een bestaand object serieus nemen en het naar een andere context tillen.
Waar je op let bij aanschaf
Omdat de kleding weinig zichtbare merktekens heeft, zit de kwaliteit in het handwerk. Kijk naar de afwerking van de binnenkant: bij Margiela is die vaak net zo verzorgd als de buitenkant, omdat hij bedoeld is om gezien te worden. De vier steken horen los te knippen te zijn zonder het kledingstuk te beschadigen — dat is een bewust ontwerpdetail.
Verder lezen
De volledige Maison Margiela-gids behandelt de lijnen en de geschiedenis. Over vakmanschap in een ander register: Hermès en de logica van traag werken.